
dinsdag 27 juli 2010
Heb me lief...

woensdag 21 juli 2010
Ieder diertje zijn pleziertje
Davy kan het niet alleen. Nog geen jaar geleden werd hij ontslagen uit het ziekenhuis. Een zwaar motorongeval. Het leek erop dat hij het niet zou halen. Davy is een vechter en hij vocht. Hard, heel hard. Hij haalde het. Maar hij is daar nu niet gelukkig mee. Ik ging hem ophalen uit het ziekenhuis. Hij liet me niet toe dat ik zijn rolstoel duwde. Hij zou alles zelf doen. Twee verlamde benen en één verlamde arm. Dan is het niet gemakkelijk om voor de eerste keer in een rolstoel te zitten. De koppigheid is het moeilijkst.
Het grootste stuk van de avond hadden we nodig om alles ineen te puzzelen. Davy delegeerde: eerst alles uitpakken en sorteren, dan stap voor stap het plannetje volgen. Het was een onoverzichtelijk gedoe in zijn woonkamer. Vanaf nu zou hij beneden slapen. Alles werd nu zo ingericht dat hij de dingen binnen handbereik had. De bovenverdieping was zorg voor later. De eerste kast stond er al na een uur. Ik was fier op mezelf. Dit had ik nooit eerder gedaan. Maar voor Davy deed ik dat graag. We hadden veel plezier en dat deed deugd. Hij zei dat hij graag een huisdier wou houden. Dat zou hem wat afleiding geven. Hij had al gemaild met iemand en verwachtte snel antwoord.
Eindelijk was alles klaar! Elke kast had zijn vaste plek gekregen. Het bed was opgemaakt. Hier en daar was er al iets in de kast gelegd, een kader teruggehangen, ... Het kreeg vorm. Davy zag dat het goed was. Ik ruimde het verpakkingsmateriaal op. Davy lachtte: misschien moet ik dat bijhouden om binnenkort een hok te maken voor mijn nieuw huisdier. Alles ging netjes gesorteerd mijn auto in. Als ik me haastte kon ik nog naar het containerpark. Daarna naar huis en een ontspannend bad. Dat leek me wel wat!
Middernacht. Het stof en werkzweet was van me afgespoeld. Ik zocht nog iets om te knabbelen. Waarom was ik niet moe? Klaarwakker was ik. Niets interessants op tv. Dan maar even de computer op. Even aanmelden op Facebook. Ha! Davy had hetzelfde gedaan. Maar wat was dat? ‘Ik zoek dringend nog wat planken en ander materiaal om een schuur te kunnen maken. Anders kan ik mijn dieren niet houden.’ schreef hij. Zou hij dan al antwoord gehad hebben? Welk dier wou hij eigenlijk houden? Verdorie! Ik zie hem weer alleen er aan beginnen en dan vloeken omdat het niet gaat zoals het vroeger ging. Weet je wat? Ik mail wat vrienden. We doen dat samen voor Davy.
Zaterdagmorgen om 10u00 stonden we voor zijn deur. Paul had zijn aanhangwagen vol met houten planken. In Eddy zijn koffer staken boormachines, schroefmachines en nog veel meer materiaal. Dat schuurtje zou vandaag klaar zijn. Davy zou de mooiste schuur van heel de wereld krijgen! Met slaapoogjes deed hij de deur open. Zijn mond viel open toen hij ons zag staan. Maar wij hadden geen tijd, het moest vooruit. Alles werd naar de tuin gesleept. Ik keek rond of ik een hond zag, of kippen, of dwerggeitjes of.... Tja, welk dier wou hij eigenlijk?
Davy maakte koffie. In de keuken stond een grote kooi met een prachtige papegaai. Davy keek er naar en dan weer naar mij. ‘Wat gebeurt hier?’ vroeg hij? ‘Davy? Waar wil je die schuur?’ vroeg Paul ondertussen. ‘Is 4 meter op 5 genoeg, Davy?’ vroeg Eddy. Davy schudde zijn hoofd. ‘Davy, Davy, Davy!’ krijste de papegaai. ‘Wat gebeurt er?’ vroeg hij nog eens. ‘Je wou toch een schuur? Je ging toch dieren houden?’ Davy zei niets en keek hoe Eddy en Paul aan het meten waren en druk gebaarden hoe groot de schuur zou worden. ‘Een schuur?’ zei hij, ‘Voor mijn papegaai?’ Ik begreep er ook niets meer van. ‘Je schreef dat gisteren toch op Facebook? Je had materiaal nodig voor een schuur en je had me zelf gezegd dat je een huisdier wou....’ Terwijl Paul en Eddy de eerste palen in de grond klopten, sloeg Davy met zijn goeie hand tegen zijn voorhoofd. ‘Die schuur bestaat niet echt’, zei hij. ‘Ken je Farmville dan niet op Facebook?’ Ik stond aan de grond genageld. Eddy kwam binnen om een pleister te vragen. Paul had op zijn duim geklopt. ‘Davy, Davy, Davy!’ krijste de papegaai...
dinsdag 13 juli 2010
Onbetaalbaar
Ze hadden een kamer in het rusthuis gekregen. Het was een mooie kamer. Een mooi uitzicht ook. Je kon over een stuk van het bos zien en daarachter waren de velden. Dat vonden ze fijn. Nu konden ze kijken hoe de boeren werkten. Ze moesten het zelf niet meer doen.De kamer was ruim, maar toch zouden ze moeten kiezen. Alleen het hoogst noodzakelijke konden ze meenemen. Hun meubels pasten er niet in. Wiske had het er moeilijk mee. Ze liet niet graag iets achter.
Nog twee dagen en dan zouden ze voor de laatste keer de deur van hun huisje dichtdoen. Het stond te koop. De kinderen woonden ver weg. Hun zoon was verhuisd naar Zuid-Afrika en zagen ze bijna nooit meer. Ze kregen al een mooi bod voor het huisje. Genoeg om de rest van hun dagen in het rusthuis te betalen. Dat het na de verkoop afgebroken zou worden om er een appartementsgebouw in de plaats te zetten, wisten ze niet.
De meeste dingen die niet meekonden naar het rusthuis waren verdeeld onder familieleden. De spulletjes die wel meegingen stonden in enkele dozen in de gang naast de kast. ‘Juul, de kast! We zijn de kast vergeten weg te doen!’ zei Wiske. Juul knikte, hij wist het wel. Hij vond het een erg mooie kast. Gekregen van zijn vader, die ze dan weer van zijn vader had gekregen. Juul had nog het liefst dat ze bleef staan waar ze stond. Maar dat kon niet. Het huis moest leeg. Wiske stak haar licht op en kreeg een goede tip. Als ze de kast nu eens verkochten aan een antiekhandelaar, dan kregen ze er misschien nog een mooi bedrag voor.
Wiske deed de deur open. Een meneer in een mooi maatpak stak zijn hand uit. “Goedemiddag, mevrouw, ik kom even kijken naar de kast”. Wiske knikte en liet hem, zonder iets te zeggen, binnen. Meneer Vandamme zag het meteen: de kast was een prachtexemplaar, echt antiek en ze zou veel kunnen opbrengen als hij ze wat opmaakte en verkocht. Hij liet het echter niet merken. “Ach, mevrouw! Deze kast is werkelijk van geen waarde. Dat krijgt u aan niemand verkocht.”
Wiske was ontgoocheld. “Het is nochtans een echt erfstuk”, zei ze. “We moeten er vanaf omdat we morgen naar het rusthuis gaan. We hadden gehoopt om er nog wat voor te krijgen.” Meneer Vandamme knikte. Hij begreep het. “Ik kan u hier echt niets voor geven, mevrouw. Maar weet u wat? Ik merk dat u en uw man niet meer zo goed te been zijn. Ik wil u wel verder helpen. Als u overmorgen het huis leeg wil hebben, steek ik graag een handje toe. Ik haal morgen de kast op en breng ze voor u naar het containerpark.” Ze knikte teleurgesteld. Er zat niets anders op. Meneer Vandamme beloofde dat hij de dag erna om 11u terug zou komen. Ze moesten zich geen zorgen maken.
Klokslag 11 uur
