woensdag 4 april 2012

Vlinders


Toen ik je fiets zag staan, helemaal achteraan in een hoekje van het tuinhuis, kwam alles terug. Beelden flitsten door mijn hoofd. Het waren stuk voor stuk mooie beelden. Ik zette me in het tuinhuis neer op een houten krat en gaf die herinneringen even de kans om helemaal door te sijpelen.

We waren achttien jaar. Op de rand van volwassenheid. We zaten in dezelfde school, maar niet in dezelfde klas. Ik had je al jaren in de gaten. Je was zo mooi, zo vrolijk. Telkens als ik je zag, gingen de vlinders in mijn buik tekeer. Ja, ik was erg verliefd op jou. Heel, heel erg verliefd. Ik was enorm verlegen, schaamde me voor mijn slungelige lijf en voor mijn haardos die ik maar niet kon temmen. Ik maakte in mijn gedachten wel duizenden plannen: hoe kon ik je eens uitvragen, wat zou ik tegen je zeggen?

Het bleef bij plannen, want jou benaderen was voor mij toen een onoverschrijdbare grens. Je merkte het zelfs niet. Ik viel niet op in de menigte. De vlinders woelden onverminderd door.

Dan kwam het einde van het schooljaar in zicht. Er was een groot bal. Ieder zou daarna zijn eigen weg gaan. Ik voelde de klok tikken. Wat als ik je daarna nooit meer zou zien? Ik zou er zo veel spijt van hebben als ik je niet mijn liefde bekend had. Maar toch… Je leek een godin en in mijn ogen waren godinnen niet aanspreekbaar door slungels. Het was dus hoog tijd voor actie.

De avond daarvoor oefende ik mijn openingszinnetje. Ik had er in de laatste jaren genoeg bedacht. Voor de spiegel controleerde ik mijn mimiek, mijn houding, mijn kledij. Het moest perfect zijn. Het werd een erg korte nacht. Ik had mezelf genoeg opgepept en had het gevoel dat het me wel zou lukken.

Het was zover. Ik daverde over mijn hele lijf. Maar ik was vastberaden. Ik vond je meteen in het gewoel. Je was aan het dansen met een vriendin. Als deze dans gedaan was, zou ik mijn kans wagen. Eindelijk, het voelde al bijna als een verlossing. Toen het zover was, twijfelde ik toch wat te lang. Ik liet er nog een dans overgaan.

Ik stapte naar je toe. Het zinnetje dat ik deze nacht eindeloos geoefend had, herhaalde ik in mijn hoofd. Ik voelde me een klein kind dat zijn boodschappenlijstje op weg naar de winkel bleef opzeggen. Toen ik voor je stond, lachte je naar mij. Het was het mooiste moment in mijn leven. Je ogen vroegen me wat er was. Mijn mond viel open, maar er kwam niets uit. De woorden in mijn hoofd waren verdwaald. Ik vond ze niet meer. Ik stond daar maar, te staren naar jou. Jij lachte nog eens en danste verder met je vriendin.

Later op de avond, net toen ik naar huis wou gaan, zag ik je staan. Je had één van je schoenen in je hand. Je lach was verdwenen. Ik stapte naar je toe. Een openingszin had ik niet nodig. Je zuchtte. Mijn ogen vroegen wat er was. De hak van je schoen was afgebroken, je had een lelijke val gemaakt. Om je woorden kracht bij te zetten, tilde je de onderkant van je jurk wat op. Je knie was geschaafd, bebloed.

Ik nam een zakdoek en depte de schaafwonde. Alles ging snel en automatisch. Ik vroeg hoe je naar huis ging. Je wees naar je fiets en keek bedenkelijk naar je knie. Ik had geen verdere uitleg nodig. Ik nam je fiets en zou je naar huis brengen. Jij zat achterop en ik trapte de ziel uit mijn lijf. We hadden een leuke babbel. Mijn vlinders en ik waren heel blij om je schaterlach weer te horen. Net voor we jouw straat inreden, sloeg je je armen om mijn slungelige lijf. Je zal ongetwijfeld gevoeld hebben hoe die vlinderwolken bijna ontploften.

Het waren mooie herinneringen. Ik stond op van het houten kratje en voelde me gelukkig. Het was allemaal al erg lang geleden. Maar ik wist er nog elk detail van. Ik sloot het tuinhuisje, stapte door de tuin en plukte er in het wilde weg wat bloemen. Zo goed als ik kon, schikte ik ze tot een boeketje. Ik opende de achterdeur. De geur van vers gemaakte koffie kwam me tegemoet. Ik stapte naar je toe, omarmde je en gaf je het stuntelige bloementuiltje. Je lachte naar me met je mooiste glimlach en kuste me.

De vlinders in mijn buik zijn ondertussen hoogbejaard. Maar ze woelen onverminderd door.



9 opmerkingen:

  1. Knap stukje proza waarin we ons zelf in terugvinden want ik ben ook al bijna 76

    Willy

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Met plezier gelezen, mooi gevoelig stukje.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Niet voor niets zijn mijn lievelingsdieren vlinders, witte vlinders. Tevens de herinnering aan een overleden meisje waarvan ik de "uf" mocht zijn...

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Het is normaal dat je zovele jaren later kunt terugdenken aan je "jongte". Toen je echt nog niet op zoek was naar een lief, maar toch niet onverschilig was voor meisjes, hoewel je eerder opkeek naar nog jonge gehuwde vrouwen, waarvan je niet kon aannemen dat ze "al" gehuwd waren.
    Verliefdheid? Ja, dikwijls, maar het ging telkens weer over. Er waren er zoveel waarop je verliefde kon zijn, en ook werd.
    Andersom werd je ook gewaar dat een meisje op jzelf verliefd werd. Ja zeker, tijdens het dansen bvb. Hoe in je armen het trillende lichaam van het warm aanvoelende meisje duidelijk vlinders in haar buik voelde.
    Jeugdliefde ! Ken ze bijna nog allemaal, sommigen zijn al weduwe en zochten reeds een andere "levenspartner." Verliefdheid ! Het duurt maar even, maar je vergeet het nooit.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Herinner mij nog heel goed hoe ik mij toen voelde, vergeten nooit. Gaby.

    BeantwoordenVerwijderen

Reactie krijgen op een schrijfsel is het teken dat je gelezen wordt! Dank je wel hiervoor!