woensdag 30 april 2014

Ik ben de zee



Ik ben de zee.
Mijn golven spoelen zachtjes over jouw gedachten 
en voeren ze even mee.
Ze worden geproefd en gewenteld, 
teder en voorzichtig.
Maar mijn stroming is niet sterk genoeg 
om ze voor altijd bij me te houden.
Behoedzaam geef ik ze terug.

Ik ben de zee, ook als het stormt.
Woest en vastberaden trek ik aan je.
Mijn schuimkoppen grijpen je voeten, 
die al weggezakt zijn in het zilte zand.
Je sluit je af en draait je moedeloos om.
Enkel je voetsporen blijven 
en mijn golven geven op.
Mijn storm is zinloos.

Ik ben de zee.
Groots en machtig.
Steeds terugkomend.
Steeds opnieuw.
Ik weet niet beter.
Het is mijn enige kracht.

Ik ben de zee.
Mijn golven spoelen zachtjes over jouw gedachten 
en voeren ze even mee.
Telkens weer.
Het enige dat rest 
is het water in je voetsporen.










vrijdag 25 april 2014

Vergeet-mij-nietje


Er was eens een ridder. Niet zomaar een ridder, maar zo een echte, stoere ridder met een mooi blinkend harnas. Hij was hip en modern. Zijn harnas was altijd naar de laatste mode, net als zijn haarsnit. Hij besteedde aan beiden veel tijd. Ook zijn paard verzorgde hij goed. De zadeldeken en de kleur van zijn pluimen op zijn helm, kwamen altijd overeen. Ik zei het je toch: het was niet zomaar een ridder.

Elke week ging hij wel naar een toernooi en het gebeurde maar zelden dat hij verloor. Het was niet dat hij per se wilde winnen. Hij was gewoon goed. Of de anderen waren slechter. Hij deed gewoon zijn stoere best en ja… dan won hij.

Maar op een stralende lentedag verloor hij toch wat. Nee, niet een steektoernooi, dat had hij weer op zijn sokken gewonnen. Maar toen hij zijn trofee in ontvangst mocht nemen bij een adellijke jonkvrouw, toen verloor hij zijn hart. Nog nooit in zijn hele leven had hij zulke mooie ogen gezien. Nog nooit had hij zo een stralende, gladde huid gezien. Haar haren golfden in de wind en haar stem klonk als honderd nachtegalen. De ridder was helemaal verloren. Hij bleef maar kijken in haar ogen en hij zag dat ze lichtjes bloosde onder zijn belangstelling.

Zoals het een hoffelijke ridder betaamt, liet hij een paar dagen later een handgeschreven brief aan haar bezorgen. De brief was verzegeld en zijn zegelring had er zijn initialen ingezet. De ridder had wel een uur zijn best gedaan op zijn sierlijkste krullen. Over de inhoud had hij enkele nachten wakker gelegen, met luid kloppend hart. Maar hij was tevreden toen hij zijn page nakeek.

Een adellijke jonkvrouw weet wel hoe ze met dit soort brieven moet omgaan. Ze schreef niet meteen een antwoord, maar wachtte even af. Ook haar hart klopte luid toen ze aan haar antwoord schreef. Ze had weinig moeite met sierlijke krullen.

Het duurde niet lang of de jonkvrouw stemde in met een wandelingetje aan het water. Ze zou vergezeld worden door haar hofdame, die zichzelf wel zou oplossen op de achtergrond. Ze hadden er erg naar uitgekeken. Je weet wel, dat noemen ze dan verliefd zijn…

De uren kropen voorbij. De ridder vulde die met het voortdurend opblinken van zijn mooiste harnas. Hij keek alles wel honderd keer na voor hij vertrok en hij zag dat het goed was. Hij zou zeker indruk maken op haar als hij toekwam in volle uitrusting. Zijn hart ging hevig tekeer.

De jonkvrouw was erg onder de indruk. Het was zo een mooie ridder en hij wou met haar gaan wandelen aan het water. Haar geluk kon niet op. Toen hij afsteeg van zijn paard maakte hij voor haar een diepe buiging. Hij was erg fier dat er geen enkel onderdeeltje in zijn harnas piepte of kraakte. Zo hoorde het. Hij gaf de jonkvrouw een arm en ze slenterden langs de oever van de rivier. De jonkvrouw vond het koude metaal van zijn arm niet zo fijn, maar als ze in zijn ogen keek, was dat al gauw vergeten. Voor haar mocht die wandeling nog uren duren.

Ze zeiden niet veel, maar het voelde zo goed. Toen ze eventjes pauzeerden – zo een harnas weegt wel wat, weet je – liep de ridder naar de oever. Hij plukte er enkele kleine, mooie blauwe bloemetjes. Handig als hij was, schikte hij het tot een mooi boeketje. Ondertussen dacht hij na hoe hij zijn liefde aan haar zou verklaren als hij haar het bloementuiltje zou overhandigen. Met een vrolijke zwier draaide hij zich om, maar… hij struikelde.

De ridder viel pardoes in het snel stromende water. Zijn harnas, blinkend in de voorjaarszon, maakte het hem onmogelijk om te zwemmen. Erger nog: het maakte hem zo zwaar dat hij spoedig zonk. De jonkvrouw zag nog enkel zijn hand met de bloemen. Heel even kwam zijn hoofd terug boven water.

‘Vergeet me niet!’ riep hij. Daarna werd het heel stil…





woensdag 16 april 2014

Verdriet





Hoe voelt verdriet bij jou? 
Ik zie het soms, toch weet ik het niet. 
Maar zo voelt het bij mij:

Het is het wit wegtrekken van mijn vingers als ik mijn autostuur omklem.
Het is die doffe, drukkende en scheurende pijn in de buurt van mijn borstbeen.
Het is het eindeloos staren in de verte, waarbij de nabijheid helemaal vervaagt.

Het is de uitgedroogde, broze huid rond mijn ogen. De zilte smaak op mijn lippen.
Het is het eindeloos prikken in het voedsel, zonder dat mijn vork de weg naar mijn mond vindt.
Het is het eeuwige ronddraaien van die ene haarlok, rond mijn rusteloze vingers.

Het is het ongecontroleerde snikken, onophoudelijk, totdat mijn schouders pijn doen.
Het is de zwaartekracht die het op mij gemunt heeft en me mijn lichaam doet verder slepen.
Het is het onbegrijpelijke kwispelen van de staart van mijn hond, als ze me veelzeggend aankijkt.

Dat, dat is mijn verdriet.



dinsdag 18 maart 2014

De laatste vlucht


Het vliegtuig was weg. Gewoon verdwenen. Niemand begreep het. Hoe kan zo een groot toestel zomaar van de radar verdwijnen en onvindbaar blijven? Je zou toch denken dat de technologie in dit tijdperk ver genoeg staat om het snel op te sporen? Niet dus. Het vliegtuig was weg. Het leek wel opgelost, verdampt, opgegaan in het niets.

Elke dag hoorde je wel iets op het nieuws: een goed voorbereide kaping, in zee gestort, geland op een verlaten eiland, … Alle mogelijkheden werden afgegaan. Maar het bleef een feit dat zo een enorm gevaarte niet onopgemerkt ergens naar toe kon vliegen, laat staan ergens te landen zonder dat men wist over welk vliegtuig het ging. Want dat kon de huidige technologie wel.

Beelden doken op van de piloten, van sommige passagiers. Een vrouw, die wanhopig op zoek was naar de liefde van haar leven, zat op het vliegtuig. Ze ging haar geluk in het buitenland zoeken. Geluk is relatief, denk je dan. Mensen werden geschetst, mogelijke misdadigers werden opgespoord, maar niets leidde tot een oplossing. Het vliegtuig was weg en het bleef een raadsel  hoe dat zomaar kon.

Moest ik me schuldig voelen? Ik denk het niet. Vijftig jaar was ik nu. Opgegroeid in een goed gezin. Zoals het hoorde ontmoette ik een leuke vrouw, kochten we een huis, kregen we kinderen. Het geluk duurde niet lang. In ieder geval niet lang genoeg. Ik kwam er al vlug achter dat ze me bedroog. Met mijn beste vriend nog wel. Kan je je inbeelden hoe idioot ik me voelde toen iemand eindelijk het lef had om het me te zeggen? Toen was het al bijna twee jaar bezig. En ik, ik wist van niets, ik leefde verder en dacht dat ik gelukkig was.

Ze ruïneerde me, de scheiding was een hel. Ik was terug alleen, zag de kinderen bijna niet meer, was mijn huis, dat ik met eigen handen gebouwd had, kwijt. En ik was failliet.  Het was toen pas dat ik merkte dat de wereld anders in elkaar zat dan ik dacht. Liegen en bedriegen hoorde er blijkbaar bij. Iedereen deed het. Ik ging een andere relatie aan, maar ook dat werd een flop. Hoewel ze me graag zag, zag ze ook een andere man graag. Het deed me veranderen.  Ik gooide mijn leven om en leefde roekeloos en zo goed als emotieloos. Spijt of schuld kende ik niet. Vrouwen waren er om een nacht mee door te brengen. Of, als ze geld genoeg hadden, om het wat langer vol te houden en wat leeg te melken. Meer was het niet.

Maar gelukkig was ik niet. Hoewel ik dat verdrong, begon het toch te knagen.  Ik besefte dat ik misschien wel hulp nodig had. De verbittering vrat mijn ziel op. Langzaamaan geraakte ik gedegouteerd van mijn eigen persoonlijkheid. Veel kon ik niet meer doen. Ik had mezelf zo in een bepaalde richting geduwd, dat ik nog weinig krediet had. Men moest mij niet meer. En ik werd vijftig jaar. En vooral ongelukkiger.

Dagenlang piekerde ik over een nieuw leven. Verhuizen? Alles achterlaten en opnieuw beginnen? Het sprak me wel aan. De laatste vlucht. Misschien kon ik onderweg mijn verbittering wel lossen en kon ik alsnog gelukkig worden. Ik maakte plannen, schuimde het internet af, maar kwam niet veel verder. Teveel schulden stonden in de weg. Ik kon zelfs geen vliegtuigticket kopen…

Die nacht kreeg ik een idee. Er zouden vast en zeker nog mensen zijn zoals ik. Mensen die weg wilden, die opnieuw wilden beginnen. Gewoon alles achterlaten. Geen banden meer met het verleden. De verkoper in mij kwam terug boven. Ik had een geweldige ingeving! Pen en papier kwamen boven en ik kribbelde een ontwerp van mijn advertentie. Een uurtje later was ik tevreden.
Het duurde niet lang of ik maakte op strategische plaatsen voorzichtig reclame voor mijn initiatief. Zou het succes hebben? Het zou me heel wat werk kosten en ik moest vooral erg voorzichtig zijn, maar ik ging ervoor.

Mensen konden bij mij terecht voor een ticket naar hun nieuwe leven. Het kostte hen slechts 1500 euro.  Daarvoor kregen ze een vliegtuigvlucht naar een onbekende bestemming, waar ze helemaal opnieuw konden beginnen. Met de verzekering dat ze officieel zouden verdwijnen: geen gegevens meer terug te vinden. Iedereen zou vermist worden en na een paar jaar zouden alle passagiers als overleden verklaard worden. Ik zorgde voor valse paspoorten, ging op zoek naar handlangers en was maanden zoet met mijn voorbereiding.

Maar het had succes. De aanvragen stroomden binnen. De betalingen ook. Ik was meteen verlost van al mijn schulden en financiële problemen. Op korte tijd was het vliegtuig volgeboekt. Mijn plaats had ik als eerste gereserveerd.
En toen was het zo ver. Het vliegtuig vertrok die dag. Enkel de piloot en copiloot waren op de hoogte en hadden ook hun ticket betaald. Het zag er goed uit. De passagiers waren rustig. Ze wisten wat er op het spel stond. Toen de laatste passagier door de gate ging was het aan mij. Maar ik kon het niet. Ik blokkeerde. De stap was plots te groot. Ik belde naar de piloot en zei dat hij mocht vertrekken. Alle instructies waren gegeven. De voorbereiding was waterdicht. Hij had me niet nodig. Ik keerde me om en bleef vanuit het gebouw kijken hoe het vliegtuig naar de startbaan taxiede en daarna opsteeg. Honderden mensen vertrokken, op weg naar hun nieuwe leven. Niemand zou nog van hen horen of hen terug zien. Ik stak mijn hand op, had de neiging om even te zwaaien, maar ook dat lukte niet.

Helemaal verward ging ik naar huis. Mijn bankrekening zag er nu bijzonder goed uit. Het gelukgevoel bleef echter uit. Ik gooide de sleutel op de tafel, ging in de zetel zitten en zette de tv aan. Snel daarna viel ik slaap. Een eindeloos lange, droomloze slaap. Niet veel later werd het nieuws bekend: Boeing verdwenen. Zoekacties begonnen. Geen enkel signaal meer. Ik glimlachte flauwtjes, nam pen en papier en begon aan de volgende advertentie…




dinsdag 25 februari 2014

In elk


In elk levend wezen klopt een hart.
In elke rivier schijnt de maan.
In elke druppel weerkaatst het licht.
In elke zin zit een woord.
In elke bloem zit nectar.
In elk huis gebeurt wel wat.
In elke straat woont een eenzame.
In elke mens zit goed en kwaad.
In elke vogel zit een ei.
In elke wolk zit er water.
In elke compositie zit een gevoel.
In elke liefde zit een strijd.
In elk kind zit een toekomst.
In elk gemis zit een scheutje pijn.
In elk verlangen zit ook verwachting.
In elke held zit wat angst.
In elke pijl zit een richting.
In elk geval doe ik water
in elk kopje thee…




















zaterdag 1 februari 2014

Letters


Het is chaos in mijn hoofd.
Het lijkt wel een bijenkorf.
Toch zitten er geen bijen in.
Het zijn letters.
Wild dansend, heen en weer.
Ze botsen overal tegen.
Grote letters, kleine letters,

HOOFDLETTERS.

Hier en daar en leesteken.
Ze zijn in paniek.
Ze zoeken elkaar.
 Ze willen samen terug woorden vormen, 
zinnen.
Hier en daar een punt.
Misschien zelfs wel een uitroepteken.
Maar het lukt niet.
Ze zijn de weg kwijt.
Wanhopig zoeken ze, 
botsen ze, 
vallen ze, 
staan ze weer op, 
zoeken ze weer verder. 

Het doet pijn in mijn hoofd.
Het zit vol blutsen.
Elke letter die tegen mijn hoofdwand botst, 
veroorzaakt een putje.
Een kleine prikkel.
Het zijn er veel de laatste tijd.
Veel prikkels.
Veel pijn.
Veel letters.
Veel uitroeptekens.
Maar geen woorden.
En ook geen zinnen.

Enkel letters.


dinsdag 14 januari 2014

Narcissus



Je gaat me missen.
Ik heb besloten dat jij niet met mij kan samenleven.
En weet je? Jouw hond, die gaat me ook erg missen.

Maar, maak je geen zorgen: ik ben knap en charmant. Trek het je niet aan, hoor, ik zal snel iemand anders hebben. Morgen al. Als ik dat wil natuurlijk.

En jij? Ach, voor jouw leeftijd mag je er best nog wel zijn. Ik zeg niet dat ze voor jou in de rij gaan staan, maar je weet nooit. Maar na mij, zal je wel even tijd nodig hebben om te rouwen. Dat begrijp ik best.

In ieder geval, zo een knappe man als ik, ga je nooit meer aan de haak slaan. Ik hoop dat je dat ten volle beseft.

Je gaat er veel spijt van hebben, dat wel. Maar het is nu zo.

Ik denk dat we elkaar nog veel gaan zien. Als ik daar tijd voor heb. Ik laat je dat wel weten dan. Dat gaat leuk zijn, denk je niet?

Zo. Ik denk dat we het belangrijkste nu wel besproken hebben. Ik zie wel wanneer ik je verlaat. Ik vermoed dat dat volgende week ergens gaat zijn.

Wat eten we vanavond? Ik zal wel honger hebben na zo een lange, vermoeiende dag op het werk. Ik hoop dat het iets lekkers is.

Tot straks, hoor. Het was leuk met je te praten.