Verdriet ziet niet alleen in je hart.
Het zit ook in de topjes van je vingers,
bij het tintelend aanraken van een herinnering.
Het zit in het knikken van je knieën,
als je op bekende
paadjes ronddoolt.
Verdriet zit in het laatste witte bloesemblaadje,
dat zachtjes op een zuchtje wind wegwaait.
Het zit in het doordringende geroep van de uilen,
als de wereld in alle ernst slaapt.
Het zit in dat ene onverwachte liedje op de radio,
waarbij je niet weet of je het volume hoger of lager wilt
zetten.
Verdriet zit in dat onopvallende litteken,
dat niet goed verzorgd werd.
Het zit in kleine dingen,
maar is soms ook immens.
Het zit overal.
En nergens.