“Blijf!” zei ze. Het maakte indruk op me. Ze keek nog een keer om, strekte haar arm en liet me haar handpalm zien. Ze keek me doordringend aan. “Blijf!” herhaalde ze. Dus ik bleef. Precies daar waar ik was. Ze verdween door de deur. Wat ging ze doen? Bleef ze lang weg? In gedachten zag ik nog haar lieve, zachte hand. Ik keek wat rond. “Blijf!” galmde er in mijn hoofd. Haar doordringende blik. Ik bleef. Daar mocht je zeker van zijn. Zolang ze maar wenste.
Daarnet nog sprak ze lieve woordjes tegen me. Ze vertelde me hoeveel ze van me hield. Toen ging de telefoon en het leek wel alsof ze me vergeten was. Maar even later plofte ze weer in de zetel en vlijde ik mijn hoofd weer in haar schoot. Haar stem klonk weer lief en haar zachte hand streelde me. Het was zalig. Zo heb ik het graag. Ik aanbid haar.
Nu zit ik hier. Te wachten. “Blijf!” zei ze. Ik bleef. Maar waar blijft zij? Stelt ze me op de proef? Hoelang blijft dat woord nog krachtig genoeg nagalmen? Hoelang blijft het beeld van haar opgeheven hand op mijn netvlies gebrand? Wat doet ze achter die deur? Krijg ik een extraatje? Wil ze me verrassen? Ik mis haar nu al.
“Kom, Max!” roept ze plots vanachter de deur. Mijn hart maakt een sprongetje. Heel mijn lijf komt in beweging. Zo snel als ik maar kan loop ik naar haar toe. Ik duw de deur verder open en ben oh zo blij! Veel gelukkiger had ze me niet kunnen maken! “Hier, Max, helemaal voor jou!” zegt ze en ze geeft me een klopje op mijn billen. Heerlijk is dat!
Met een sierlijke beweging zet ze de kom met brokken voor mijn neus. Dank je, wel! Ik aanbid haar.